Auteur: Marco Boltjes

  • De werkzaamheden van een Privacy Officer in een thuiszorgorganisatie

    De werkzaamheden van een Privacy Officer in een thuiszorgorganisatie

    In een thuiszorgorganisatie worden dagelijks grote hoeveelheden gevoelige persoonsgegevens verwerkt. Zorgmedewerkers registreren medische gegevens in digitale dossiers, stemmen behandelingen af met huisartsen en hebben contact met mantelzorgers en familieleden. Het gaat hierbij vrijwel altijd om bijzondere persoonsgegevens, zoals gezondheidsgegevens en informatie over de persoonlijke leefsituatie van cliënten.

    Juist omdat zorg plaatsvindt in de privésfeer van cliënten, is zorgvuldige omgang met persoonsgegevens erg belangrijk. De Privacy Officer vervult hierin een centrale rol. Hij of zij zorgt ervoor dat privacy structureel is ingebed in beleid, processen en het dagelijks handelen van medewerkers.

     

    Privacy in de context van thuiszorg

    Thuiszorgorganisaties vallen onder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), de Uitvoeringswet AVG en zorgspecifieke wetgeving zoals de WGBO. Daarnaast gelden normen voor informatiebeveiliging, zoals NEN 7510.

    De praktijk in de thuiszorg brengt specifieke risico’s met zich mee. Medewerkers werken mobiel, gebruiken tablets of smartphones en verwerken gegevens op verschillende locaties. Ook wordt er intensief samengewerkt met andere zorgverleners. De Privacy Officer moet deze dynamiek begrijpen om effectief te kunnen adviseren en sturen.

     

    Adviserende rol

    Een belangrijk onderdeel van het werk van de Privacy Officer is het beantwoorden van concrete vragen uit de organisatie. Mag een wijkverpleegkundige een wondfoto delen met een huisarts? Hoe moet toestemming van een cliënt worden vastgelegd? Welke informatie mag met familie worden gedeeld? Dit soort vragen komen dagelijks voorbij.

    De Privacy Officer beoordeelt steeds of er een geldige grondslag is of gegevensdeling noodzakelijk is en of passende beveiligingsmaatregelen zijn getroffen. Daarbij kijkt hij niet alleen naar de juridische kaders, maar ook naar praktische uitvoerbaarheid in de zorgpraktijk.

     

    DPIA’s bij nieuwe technologie

    Thuiszorgorganisaties digitaliseren in hoog tempo. Denk aan cliëntportalen, digitale toedienregistratie en slimme sensoren in woningen.

    Wanneer een nieuwe verwerking waarschijnlijk een hoog risico oplevert voor de rechten en vrijheden van cliënten, begeleidt de Privacy Officer (PO) een Data Protection Impact Assessment (DPIA). Hij brengt risico’s in kaart, beoordeelt proportionaliteit en adviseert over aanvullende beveiligingsmaatregelen.

    Bijvoorbeeld bij de invoering van een systeem dat via sensoren valincidenten detecteert, moet zorgvuldig worden beoordeeld welke gegevens worden verzameld, wie toegang heeft en hoe transparantie richting cliënten wordt gewaarborgd.

     

    Datalekken en incidentmanagement

    In de thuiszorg kunnen datalekken ontstaan door verlies van mobiele apparaten, verkeerd verzonden e-mails of onjuiste adressering van documenten. Doordat medewerkers veel zelfstandig werken en op verschillende locaties, is het risico op incidenten groot.

    De Privacy Officer beoordeelt of er sprake is van een meldplichtig datalek, maakt een risicoafweging en verzorgt indien nodig de melding bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Daarnaast analyseert hij de oorzaak van het incident en adviseert over structurele verbetermaatregelen, zoals aanvullende technische beveiliging of aangepaste werkinstructies.

     

    Gegevensdeling binnen de zorgketen

    Thuiszorgorganisaties maken deel uit van een breder zorgnetwerk en werken intensief samen met huisartsen, apotheken, gemeenten en andere zorgaanbieders. Voor een goede en veilige zorgverlening is het regelmatig noodzakelijk om persoonsgegevens zorgvuldig en tijdig uit te wisselen tussen deze partijen.

    De Privacy Officer ziet erop toe dat gegevensdeling rechtmatig plaatsvindt en dat afspraken met ketenpartners goed zijn vastgelegd. Hij bewaakt dat alleen noodzakelijke gegevens worden gedeeld en dat bewaartermijnen correct worden toegepast.

    Ook bij overstap van een cliënt naar een andere zorgaanbieder speelt de Privacy Officer een belangrijke rol in het zorgvuldig organiseren van dossieroverdracht.

     

    Rechten van cliënten

    Cliënten hebben recht op inzage in hun dossier, correctie van onjuiste gegevens en in sommige gevallen beperking van verwerking. De Privacy Officer begeleidt deze verzoeken en zorgt dat wettelijke termijnen worden nageleefd.

    Bij kwetsbare cliënten is het extra belangrijk om zorgvuldig om te gaan met vertegenwoordiging en toestemming. De Privacy Officer adviseert zorgprofessionals over wie bevoegd is en hoe privacy van de cliënt wordt beschermd.

     

    Structurele privacybewustwording

    De Privacy Officer zorgt voor structurele privacybewustwording binnen de organisatie. Hij borgt een doorlopend awarenessprogramma dat aansluit bij de dagelijkse praktijk van zorgmedewerkers. Daarbij besteedt hij aandacht aan concrete situaties, zoals het zorgvuldig omgaan met dossiers in openbare ruimtes, het correct handelen bij verlies of diefstal van een mobiel apparaat en het herkennen van phishingmails. Ook veilig gebruik van tablets en smartphones, sterke wachtwoorden en tweefactorauthenticatie maken standaard onderdeel uit van deze aanpak.

    Door privacy structureel terug te laten komen in teamoverleggen, onboarding van nieuwe medewerkers en periodieke casusbesprekingen, wordt gegevensbescherming geen eenmalig onderwerp, maar een vanzelfsprekend onderdeel van professioneel handelen in de thuiszorg.

     

    De vereiste kennis en vaardigheden van een Privacy Officer

    Een Privacy Officer in een thuiszorgorganisatie moet beschikken over diepgaande kennis van de AVG en zorgspecifieke wetgeving. Daarnaast is inzicht in informatiebeveiliging en digitale zorgtoepassingen noodzakelijk. Zonder begrip van hoe wijkteams werken, hoe rapportages worden opgesteld en hoe samenwerking met ketenpartners verloopt, blijft privacyadvies te abstract.

    Communicatieve vaardigheden zijn minstens zo belangrijk. De Privacy Officer moet complexe regelgeving vertalen naar begrijpelijke instructies en medewerkers meenemen in gedragsverandering. Ook analytisch vermogen en onafhankelijkheid zijn belangrijk, zeker wanneer spanningen ontstaan tussen zorgbelang en privacybelang.

     

    De opleiding Privacy Officer van AVG-trainingen

    Voor professionals die deze rol serieus willen invullen, is gerichte scholing onmisbaar. De opleiding Privacy Officer van AVG-trainingen biedt een praktijkgerichte en complete basis voor het uitvoeren van deze functie binnen organisaties waar met gevoelige persoonsgegevens wordt gewerkt, zoals de thuiszorg.

    De opleiding behandelt de juridische kaders van de AVG en gaat nadrukkelijk verder dan de theorie. Onderwerpen zoals DPIA’s, datalekken, interne controles, verwerkersovereenkomsten en governance komen uitgebreid aan bod. Deelnemers leren hoe zij privacybeleid effectief kunnen implementeren en hoe zij risico’s tijdig signaleren.

    Voor thuiszorgorganisaties is het van grote waarde dat een Privacy Officer niet alleen de regels kent, maar ook begrijpt hoe deze moeten worden toegepast in een dynamische en praktijkgerichte zorgomgeving.

     

    Privacy als fundament van vertrouwen

    In de thuiszorg vindt zorg plaats in de persoonlijke leefomgeving van cliënten. Vertrouwen is daarbij erg belangrijk. Cliënten moeten erop kunnen rekenen dat hun medische en persoonlijke gegevens veilig zijn en uitsluitend worden gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt.

    De Privacy Officer draagt dagelijks bij aan dat vertrouwen. Door risico’s te analyseren, beleid te versterken en medewerkers bewust te maken, zorgt hij ervoor dat privacy geen administratieve verplichting is, maar een integraal onderdeel van professionele en respectvolle zorgverlening.

     

  • De autorisatiematrix als fundament voor informatiebeveiliging en AVG-compliance

    De autorisatiematrix als fundament voor informatiebeveiliging en AVG-compliance

    De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) stelt duidelijke eisen aan de manier waarop organisaties omgaan met persoonsgegevens. Toch zien we in de praktijk dat veel datalekken, beveiligingsincidenten en complianceproblemen ontstaan door onduidelijke autorisaties. De autorisatiematrix als fundament voor informatiebeveiliging en AVG-compliance kan daarom veel problemen voorkomen. Wie mag wat zien? Wie mag gegevens wijzigen of verwijderen? En wie controleert dat eigenlijk?

    Een goed ingerichte autorisatiematrix vormt hierin een onmisbaar instrument. Niet alleen voor IT en informatiebeveiliging, maar ook voor governance en de rol van de Functionaris Gegevensbescherming (FG).

     

    Waarom is een autorisatiematrix noodzakelijk?

    Vrijwel iedere organisatie werkt met meerdere applicaties: een HR-systeem, een financieel pakket, CRM-software, netwerkschijven, cloudomgevingen en soms branchespecifieke systemen. In al deze systemen worden persoonsgegevens en vertrouwelijke bedrijfsgegevens verwerkt.

    Niet iedere medewerker hoeft toegang te hebben tot al deze informatie. Toch blijkt in de praktijk dat autorisaties vaak historisch gegroeid zijn. Iemand kreeg ooit “tijdelijk” extra rechten en die zijn nooit ingetrokken of zijn er bij indiensttreding standaard uitgebreide rechten toegekend.

     

    De risico’s van ongeautoriseerde of te ruime toegang

    Wanneer een organisatie geen goed inzicht heeft in haar autorisatiestructuur, ontstaan er reële risico’s.

    Een HR-medewerker heeft bijvoorbeeld per ongeluk toegang gekregen tot financiële administratiesystemen. Of een administratief medewerker heeft naast leesrechten ook verwijderrechten gekregen op een gedeelde netwerkschijf. Eén verkeerde klik kan leiden tot verlies van belangrijke gegevens.

    Denk ook aan een situatie waarin het account van een medewerker wordt gehackt. Als die medewerker ongelimiteerde toegang had tot meerdere systemen, kan ransomware zich razendsnel verspreiden en grote hoeveelheden data versleutelen.

    Een ander herkenbaar scenario doet zich voor bij uitdiensttreding. Wanneer niet duidelijk is tot welke systemen iemand toegang had, blijft het risico bestaan dat accounts actief blijven of dat er vergeten toegangsrechten zijn.

    Daarnaast vergroot een gebrekkige autorisatiestructuur het risico op interne fraude. Wanneer iemand meerdere rollen combineert zonder duidelijke scheiding van taken, ontstaat een kwetsbare situatie.

     

    Wat is een autorisatiematrix?

    Een autorisatiematrix is een gestructureerd overzicht waarin per medewerker of per rol wordt vastgelegd tot welke applicaties en informatiebronnen toegang bestaat en met welke rechten.

    In de meest eenvoudige vorm is dit een spreadsheet waarin per systeem wordt aangegeven wie leesrechten, schrijfrechten of verwijderrechten heeft. In zo’n model impliceren schrijfrechten vaak automatisch leesrechten.

    Voor kleine organisaties kan dit al een grote stap vooruit zijn. Het maakt inzichtelijk waar risico’s zitten en wie mogelijk te ruime bevoegdheden heeft.

    Echter zodra het aantal medewerkers, applicaties en informatiebronnen groeit, wordt een puur persoonsgebonden overzicht snel onoverzichtelijk. Het toekennen en toetsen van rechten wordt dan complex en foutgevoelig.

     

    Werken met gebruikersrollen: meer structuur, meer beheersing

    Een effectievere aanpak is het werken met gebruikersrollen. In plaats van rechten direct aan individuele medewerkers toe te kennen, worden rechten gekoppeld aan rollen, zoals administratief medewerker, HR-adviseur of teamleider.

    Medewerkers worden vervolgens gekoppeld aan één of meerdere rollen. Nieuwe medewerkers krijgen automatisch de rechten die bij hun rol horen. Bij functiewijziging verandert de rol en daarmee de autorisatie.

    Dit zorgt voor overzicht en consistentie. Bovendien dwingt het de organisatie na te denken over de vraag: welke rechten horen functioneel bij deze rol? Het voorkomt dat individuele uitzonderingen de norm worden.

    Er zit wel een spanningsveld in. Soms wil je één specifieke medewerker extra toegang geven tot een bepaalde map of applicatie, terwijl anderen in dezelfde rol die toegang niet nodig hebben. In een rolgebaseerd model is dat minder flexibel. Je moet dan óf de hele rol uitbreiden óf een aanvullende rol creëren.

    Toch levert deze werkwijze doorgaans een zorgvuldiger en beter toetsbaar autorisatiemodel op.

     

    Rechtenbeheer is geen eenmalige exercitie

    Een autorisatiematrix is alleen waardevol als deze actueel blijft. Dat vraagt om een helder proces. Wanneer een medewerker in dienst treedt, van functie verandert of uit dienst gaat, moet duidelijk zijn wie verantwoordelijk is voor het aanpassen van de autorisaties. Ook moet vastliggen wie toestemming geeft voor het toekennen van extra rechten.

    Daarnaast is periodieke toetsing erg belangrijk. Minimaal één keer per jaar moet worden gecontroleerd of de rechten in de systemen overeenkomen met de vastgelegde matrix. Een belangrijke inhoudelijke vraag die je kunt stellen: zijn deze rechten nog noodzakelijk en proportioneel?

    Hier raakt rechtenbeheer direct aan het beginsel van dataminimalisatie uit de AVG. Toegang tot persoonsgegevens mag niet ruimer zijn dan noodzakelijk voor de uitvoering van de functie.

     

    De rol van de Functionaris Gegevensbescherming

    De Functionaris Gegevensbescherming heeft hierin een belangrijke, maar niet een uitvoerende rol. De FG beheert doorgaans niet zelf de autorisaties, maar houdt toezicht op de wijze waarop de organisatie haar toegangsbeheer heeft ingericht.

    De FG beoordeelt of het autorisatiemodel aansluit bij de risico’s van de organisatie. Wordt er gewerkt volgens het need-to-know-principe? Zijn er rollen logisch gedefinieerd? Vindt er periodieke controle plaats? En zijn er afwijkingen gemotiveerd vastgelegd?

    Bij datalekken of beveiligingsincidenten zal vaak blijken dat te ruime toegangsrechten een rol speelden. De FG moet dergelijke patronen signaleren en het bestuur hierover adviseren.

    Ook bij audits en DPIA’s komt rechtenbeheer nadrukkelijk aan de orde. Een gebrekkige rechtenmatrix kan immers leiden tot structurele overtredingen van de AVG, bijvoorbeeld doordat onbevoegden structureel toegang hebben tot gevoelige persoonsgegevens.

    De Autoriteit Persoonsgegevens verwacht bovendien dat de FG onafhankelijk opereert en daadwerkelijk invloed uitoefent op de manier waarop risico’s worden beheerst. Een goed ingerichte rechtenmatrix is daarbij een concrete en toetsbare maatregel.

     

    Praktijkvoorbeeld: van incident naar structurele verbetering

    Na een intern onderzoek binnen een organisatie kwam naar voren dat meerdere medewerkers toegang hadden tot belangrijke dossiers buiten hun functie. Formeel was dat nooit de bedoeling geweest, maar de historisch toegekende rechten waren nooit herzien.

    Na dit incident werd een rolgebaseerde rechtenmatrix ingevoerd. Rollen werden opnieuw gedefinieerd op basis van taken, niet op basis van functietitels. Daarnaast werd een jaarlijks autorisatie-evaluatieproces ingericht, waarbij leidinggevenden expliciet moesten bevestigen dat de toegekende rechten nog passend waren.

    De FG speelde hierbij een adviserende rol en zorgde ervoor dat het proces structureel werd geborgd in de governance.

     

    Professionalisering van de FG: kennis van techniek én governance

    Toegangsbeheer lijkt op het eerste gezicht een IT-onderwerp, maar raakt direct aan juridische normen, risicobeheersing en interne controle. Van een FG wordt verwacht dat deze voldoende inzicht heeft in zowel juridische kaders als praktische beveiligingsmaatregelen.

    De opleiding Functionaris Gegevensbescherming van AVG-trainingen besteedt daarom expliciet aandacht aan onderwerpen zoals autorisatiebeheer, interne controlemechanismen en de vertaling van AVG-normen naar concrete organisatorische maatregelen. Deelnemers leren niet alleen wat de wettelijke eisen zijn, maar ook hoe zij in de praktijk toezicht houden op processen zoals het inrichten en toetsen van een autorisatiematrix.

    Dat maakt het verschil tussen papieren compliance en daadwerkelijk beheersbare risico’s.

     

    Conclusie

    Een autorisatiematrix is veel meer dan een administratief overzicht. Het is een belangrijk instrument voor informatiebeveiliging, risicobeheersing en AVG-compliance. Zonder inzicht in wie toegang heeft tot welke gegevens, blijft iedere organisatie kwetsbaar.

    Bestuurders kunnen een goed ingericht autorisatiemodel gebruiken om grip te krijgen op risico’s. Voor IT biedt het structuur. En voor de Functionaris Gegevensbescherming vormt het een concreet aangrijpingspunt om toezicht te houden op de naleving van de AVG.

    Wie serieus werk wil maken van privacy en informatiebeveiliging, begint daarom niet bij mooie beleidsstukken, maar bij een eenvoudige, fundamentele vraag: wie mag wat en waarom?

  • Phishing simulaties combineren met e-learning security en AI-awareness: van losse test naar structurele weerbaarheid

    Phishing simulaties combineren met e-learning security en AI-awareness: van losse test naar structurele weerbaarheid

    Cyberdreigingen worden steeds slimmer. Waar phishingmails vroeger nog vol spelfouten stonden, zien we tegenwoordig perfect geformuleerde berichten die nauwelijks van echt te onderscheiden zijn. Dankzij AI-tools kunnen kwaadwillenden in enkele minuten geloofwaardige e-mails, neppe facturen of zelfs deepfake-voiceberichten genereren.

    Een losse phishing simulatie is daarom niet voldoende om effectieve en duurzame awareness binnen de organisatie te creëren. Organisaties die écht weerbaar willen zijn, combineren phishing simulaties met structurele e-learning op het gebied van security én AI-awareness. Niet alleen om aanvallen te herkennen, maar vooral om medewerkers te laten begrijpen waarom zorgvuldig omgaan met gegevens erg belangrijk is.

     

    Waarom is alleen een phishing simulatie niet genoeg?

    Veel organisaties sturen periodiek een gesimuleerde phishingmail. Medewerkers die op de link klikken, krijgen een melding dat het om een test ging. Soms volgt er een korte uitleg. Dat is een goed begin, maar het leidt zelden tot duurzame gedragsverandering.

    Een medewerker moet niet alleen weten dát een e-mail verdacht is, maar ook begrijpen wat de mogelijke gevolgen zijn. Eén klik kan leiden tot een datalek met persoonsgegevens, reputatieschade, financiële schade of zelfs stillegging van bedrijfsprocessen. Wanneer medewerkers het grotere plaatje begrijpen, verandert hun houding. Security wordt dan geen IT-feestje, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

     

    AI maakt phishing gevaarlijker dan ooit

    Met behulp van generatieve AI kunnen criminelen gepersonaliseerde phishingmails maken op basis van openbare informatie, interne communicatiestijl nabootsen en zelfs deepfake-voiceberichten genereren die lijken te komen van de directie of de IT-afdeling.

    Stel je voor dat een financieel medewerker een dringend betaalverzoek ontvangt van de leidinggevende. De toon klopt, de handtekening klopt en de context lijkt logisch. Zonder goede awareness is de kans op een fout aanzienlijk. Juist daarom moet awareness tegenwoordig ook AI-awareness omvatten. Medewerkers moeten begrijpen hoe AI wordt ingezet voor cybercriminaliteit en welke risico’s dat met zich meebrengt.

     

    Phishing simulatie als startpunt van gedragsverandering

    Een effectieve aanpak bestaat uit drie samenhangende elementen.

    Allereerst realistische phishing simulaties die aansluiten bij actuele dreigingen. Denk aan nepberichten over HR-updates, facturen van bekende leveranciers of meldingen over nieuwe AI-tools binnen de organisatie. Door verschillende scenario’s te gebruiken leren medewerkers patronen herkennen en worden zij alerter.

    Daarnaast is directe opvolging erg belangrijk. Wanneer iemand klikt, moet er meteen een korte en gerichte uitleg volgen waarin wordt uitgelegd welke signalen zijn gemist en wat de mogelijke impact had kunnen zijn. Zo wordt een fout een leermoment.

    Tot slot is structurele e-learning security en AI – awareness noodzakelijk. Daarin leren medewerkers niet alleen wat phishing is, maar ook waarom gegevensbescherming belangrijk is, hoe zij veilig omgaan met AI-toepassingen en wat hun eigen verantwoordelijkheid is binnen de organisatie.

     

    Bewust omgaan met gegevens: het bredere perspectief

    Phishing draait zelden alleen om inloggen. Het gaat vrijwel altijd om toegang tot gevoelige informatie zoals klantgegevens, medische dossiers, financiële informatie of contracten.

    Wanneer een medewerker begrijpt dat één ondoordachte klik kan leiden tot misbruik van persoonsgegevens van honderden klanten, ontstaat een ander bewustzijnsniveau. Security wordt dan een professionele kerncompetentie.

    Bijvoorbeeld: een HR-medewerker die salarisinformatie verwerkt moet beseffen dat een gecompromitteerd account kan leiden tot identiteitsfraude. Een zorgmedewerker moet begrijpen dat patiëntgegevens extra gevoelig zijn. Door deze koppeling tussen phishing en gegevensbescherming te maken, groeit het verantwoordelijkheidsgevoel.

     

    Verplichtingen vanuit de AI Act en NIS2

    Awareness is niet langer vrijblijvend. De Europese AI Act verplicht organisaties die AI-systemen gebruiken of ontwikkelen om te zorgen voor voldoende kennis en competentie bij medewerkers die met AI werken. Medewerkers moeten begrijpen hoe AI-systemen functioneren, welke risico’s eraan verbonden zijn en hoe zij verantwoord gebruikmaken van deze technologie.

    Daarnaast verplicht de NIS2-richtlijn organisaties in essentiële en belangrijke sectoren om passende technische en organisatorische maatregelen te nemen om cyberrisico’s te beheersen. Training en bewustwording van personeel worden expliciet genoemd als onderdeel van deze verplichtingen. Bestuurders dragen hierin een duidelijke verantwoordelijkheid. Structurele en aantoonbare awarenessprogramma’s zijn daarmee een essentieel onderdeel van compliance.

     

    De complete e-learning Security, AI- en phishing awareness van AVG-trainingen

    Voor organisaties die hun awareness structureel willen inrichten, biedt de complete e-learning Security, AI- en phishing awareness van AVG-trainingen een zeer uitgebreide en praktijkgerichte oplossing.

    Deze e-learning is inhoudelijk breed opgezet en behandelt onder meer informatiebeveiliging, phishing, social engineering, veilig omgaan met persoonsgegevens en de risico’s van AI-toepassingen binnen organisaties. Medewerkers leren niet alleen hoe zij een phishingmail herkennen, maar ook waarom zorgvuldige omgang met gegevens belangrijk is voor compliance, reputatie en continuïteit.

    De kracht van deze opleiding zit in de combinatie van theorie, praktijkvoorbeelden en concrete handelingsperspectieven. Bovendien kan de e-learning naadloos worden gecombineerd met periodieke phishing simulaties. Daardoor ontstaat een geïntegreerd programma waarin testen en leren elkaar versterken. Medewerkers worden niet alleen beoordeeld, maar structureel ontwikkeld in hun veiligheidsbewustzijn.

     

    Van losse maatregel naar volwassen securitycultuur

    Organisaties die phishing simulaties combineren met een complete e-learning op het gebied van security en AI-awareness bouwen aan een volwassen securitycultuur. Awareness wordt dan onderdeel van risicomanagement, interne controle en governance.

    Belangrijk is dat dit gebeurt in een open en lerende cultuur. Phishing simulaties moeten niet leiden tot schaamte of angst, maar tot inzicht en verbetering. Wanneer medewerkers veilig incidenten kunnen melden en begrijpen dat fouten leermomenten zijn, groeit de organisatie als geheel in weerbaarheid.

     

    Conclusie

    In een tijd waarin AI cyberaanvallen steeds overtuigender maakt, is het niet voldoende om medewerkers slechts te testen. Zij moeten begrijpen waarom zorgvuldig omgaan met gegevens belangrijk is en welke impact hun handelen kan hebben.

    Met de verplichtingen uit de AI Act en NIS2 is structurele awareness bovendien een wettelijke noodzaak geworden. Door phishing simulaties te combineren met een complete e-learning Security, AI- en phishing awareness investeren organisaties niet alleen in compliance, maar vooral in duurzame digitale weerbaarheid.

  • Situationeel Communiceren: de Functionaris Gegevensbescherming in de praktijk

    Situationeel Communiceren: de Functionaris Gegevensbescherming in de praktijk

    De Functionaris Gegevensbescherming (FG) heeft een unieke positie binnen organisaties. Hij of zij is geen manager, stuurt geen teams aan en neemt geen besluiten over beleid of uitvoering. Tegelijkertijd wordt verwacht dat de Functionaris Gegevensbescherming invloed uitoefent op de wijze waarop bestuurders en managers omgaan met persoonsgegevens.

    Die invloed komt niet voort uit formele hiërarchie, maar uit communicatie die is afgestemd op wat de situatie vraagt.

     

    De FG tussen bestuur en uitvoering

    De FG staat bewust buiten de lijnorganisatie. Hij of zij maakt geen deel uit van:

    • de eerste lijn (directeuren, managers en privacyadviseurs),
    • de tweede lijn (CPO en privacy governance),
    • of de derde lijn (interne audit).

    Juist deze onafhankelijke positie maakt zijn/ haar rol complex. De FG moet toezicht houden zonder onderdeel te worden van de uitvoering, adviseren zonder beslissingsbevoegdheid en rapporteren aan het hoogste managementniveau.

    Effectief toezicht vraagt daarom om het vermogen om te schakelen tussen stijlen, rollen en gesprekken.

     

    Situationeel communiceren als kernvaardigheid van de FG

    Situationeel communiceren betekent dat je je communicatie afstemt op de situatie, het volwassenheidsniveau van de organisatie en het privacybewustzijn van de gesprekspartner.

    In de praktijk schakelt de FG voortdurend tussen verschillende rollen:

    • Coachend, wanneer managers privacy nog vooral als ingewikkeld of abstract ervaren;
    • Adviserend, wanneer inhoudelijke keuzes zorgvuldig moeten worden afgewogen;
    • Reflecterend, wanneer aannames en vanzelfsprekendheden ter discussie moeten worden gesteld;
    • Toezichthoudend, wanneer risico’s structureel worden onderschat of genegeerd.

     

    De kracht van de FG zit niet in wat zij afdwingt, maar in hoe zij het gesprek voert.

     

    Praktijkvoorbeeld: sturen zonder besluiten over te nemen

    Menno krijgt de opdracht beleid te ontwikkelen voor een nieuwe vergoedingsregeling. De regeling geldt voor een beperkte groep medewerkers van wie gevoelige persoonsgegevens verwerkt zullen worden. De mogelijke impact op betrokkenen is dus groot. Omdat hij zich bewust is van die risico’s, betrekt Menno de privacyorganisatie vroegtijdig. Ook informeert hij de FG al in een vroeg stadium. De FG kiest hier voor een coachende en adviserende stijl. Hij/ zij bespreekt met Menno:

    • welk doel hij wil bereiken;
    • of de gekozen aanpak proportioneel is;
    • hoe dataminimalisatie en doelbinding concreet kunnen worden toegepast;
    • welke transparantie richting betrokkenen nodig is.

     

    Daarnaast adviseert de FG om een Data Protection Impact Assessment (DPIA) uit te voeren.

     

    Wanneer je vanuit je communicatiestijl moet bijsturen

    Na afronding van de DPIA legt Menno het resultaat voor advies voor aan de FG. Op onderdelen besluit hij af te wijken van de aanbevelingen van de FG. Dat mag. De AVG legt de verantwoordelijkheid nadrukkelijk bij de verwerkingsverantwoordelijke.

    De FG past de stijl aan: minder coachend en meer toezichthoudend. Daarbij worden verdiepende vragen gesteld over overwogen alternatieven, de aanvaardbaarheid van risico’s, de vastlegging van keuzes en de bestuurlijke verantwoording. Zo wordt de zorgvuldigheid geborgd, zonder dat de verantwoordelijkheid wordt overgenomen.

     

    De Autoriteit Persoonsgegevens

    Ook de Autoriteit Persoonsgegevens benadrukt dat de Functionaris Gegevensbescherming zijn rol actief en zichtbaar moet invullen. In haar toezicht en richtlijnen onderstreept de AP het belang van:

    • onafhankelijkheid ten opzichte van bestuur en management;
    • voldoende positie en toegang tot besluitvormingsprocessen;
    • en het daadwerkelijk uitoefenen van invloed op de organisatie.

     

    Een FG die alleen op papier bestaat of zich beperkt tot passief adviseren, voldoet niet aan de bedoeling van de AVG. De AP verwacht dat de FG signalen afgeeft, rapporteert, en waar nodig kritisch is richting bestuur.

    Dat vraagt om professionele communicatie: durven spiegelen, ook wanneer dat ongemakkelijk is.

     

    Rapporteren, escaleren en loslaten

    De FG geeft gevraagd en ongevraagd advies en rapporteert. Situationeel communiceren betekent hier: weten wanneer een gesprek volstaat en wanneer bestuurlijke escalatie noodzakelijk is.

    Effectief toezicht vraagt om:

    • bestuurlijke sensitiviteit;
    • consistentie in normen;
    • flexibiliteit in stijl;
    • en helderheid over verantwoordelijkheden.

    De FG neemt geen besluiten over, maar zorgt ervoor dat besluiten bewust, uitlegbaar en verdedigbaar worden genomen.

     

    Waarom is een opleiding situationeel communiceren belangrijk voor FG’s?

    De praktijk laat zien dat kennis van privacywetgeving alleen niet voldoende is. Toezicht draait om communicatie, beïnvloeding en professionele stevigheid. Dat maakt situationeel communiceren een belangrijke vaardigheid voor iedere FG.

    Een opleiding situationeel communiceren voor FG’s helpt om:

    • effectiever het gesprek te voeren met bestuurders en managers;
    • bewust te schakelen tussen coachen, adviseren en confronteren;
    • onafhankelijk te blijven zonder afstand te creëren;
    • steviger te staan in de bestuurskamer;
    • toezicht te houden met meer impact.

     

    Juist omdat de FG geen hiërarchisch mandaat heeft, is persoonlijk leiderschap bepalend voor het succes van zijn/ haar rol.

     

     

  • Digitale veiligheid in de praktijk: 5 concrete tips voor iedere medewerker

    Digitale veiligheid in de praktijk: 5 concrete tips voor iedere medewerker

    Organisaties verwerken dagelijks grote hoeveelheden gevoelige informatie. Denk aan persoonsgegevens van klanten en medewerkers, financiële gegevens en interne documenten. Tegelijkertijd worden cyberdreigingen steeds geavanceerder. Van geloofwaardige phishingmails tot gerichte ransomware-aanvallen: één onoplettende handeling kan al leiden tot een datalek of verstoring van bedrijfsprocessen.

    Wat daarbij vaak wordt onderschat, is de rol van medewerkers. Niet technologie, maar menselijk handelen vormt in veel gevallen de eerste verdedigingslinie. Met de juiste kennis en alertheid kunnen medewerkers het verschil maken. In deze blog delen we vijf praktische tips om digitale veiligheid binnen de organisatie structureel te versterken en lichten we toe waarom investeren in kennis over security en privacy belangrijk is.

     

     

    1. Herken phishing sneller

    Phishing is nog steeds de meest voorkomende aanvalstechniek. Criminelen gebruiken steeds geavanceerdere methoden, vaak met AI-gegenereerde teksten die nauwelijks nog te onderscheiden zijn van echte berichten.

    Tip:

    • Controleer altijd de afzender en de domeinnaam.
    • Beweeg met de muis over links voordat je klikt.
    • Twijfel je? Bel de afzender of meld de mail bij de IT-afdeling.

     

    ???? Organisaties kunnen dit versterken met phishing-simulaties. Zo ontdekken medewerkers in een veilige omgeving hoe kwetsbaar ze zijn en krijgen ze direct feedback.

     

    2. Gebruik sterke wachtwoorden én multifactor-authenticatie

    Een zwak wachtwoord is een open deur voor hackers. Toch gebruiken veel medewerkers nog steeds zwakke wachtwoorden.

    Tip:

    • Gebruik een wachtwoordmanager om unieke, sterke wachtwoorden te genereren.
    • Activeer altijd multifactor-authenticatie (MFA), bijvoorbeeld via een app op je telefoon.
    • Met MFA voorkom je dat een gestolen wachtwoord direct toegang geeft tot gevoelige systemen.

     

    3. Update software en apparaten direct

    Cybercriminelen maken misbruik van kwetsbaarheden in verouderde software. Regelmatig verschijnen er updates die beveiligingslekken dichten, maar die worden vaak uitgesteld of vergeten.

    Tip:

    • Stel automatische updates in waar mogelijk.
    • Maak afspraken binnen de organisatie: updates worden altijd binnen 24 uur uitgevoerd.
    • Zo verminder je de kans dat jouw organisatie slachtoffer wordt van aanvallen die al bekend en eenvoudig te voorkomen zijn.

     

     

    4. Wees alert met mobiele apparaten

    Werken gebeurt steeds vaker op laptops, tablets en smartphones, vaak ook buiten kantoor. Dit vergroot de risico’s. Denk aan onbeveiligde wifi-netwerken of apparaten die onbeheerd achterblijven in de trein.

    Tip:

    • Gebruik alleen beveiligde verbindingen (VPN bij openbaar wifi).
    • Stel een schermvergrendeling en encryptie in op alle apparaten.
    • Meld direct als een apparaat verloren gaat.

     

     

    5. Creëer een open meldcultuur

    Veel organisaties lopen extra risico, omdat medewerkers twijfelen of bang zijn om fouten toe te geven. Een te laat gemeld datalek kan echter leiden tot hoge boetes en reputatieschade.

    Tip:

    • Richt een laagdrempelig meldpunt in.
    • Maak duidelijk dat melden geen sanctie oplevert, maar juist helpt om de schade te beperken.
    • Zo creëer je een cultuur waarin cybersecurity niet alleen een taak van de IT-afdeling is, maar van iedereen.

     

     

    Waarom is het verstandig om te investeren in kennis?

    Bovenstaande tips zijn waardevol, maar alleen effectief als medewerkers blijvend getraind worden. Cyberdreigingen veranderen continu. Wat vandaag werkt, kan morgen alweer verouderd zijn. Het vergroten van kennis hoort bij de basis van elke veilige organisatie.

     

    Voor medewerkers

    Structurele Security Awareness Training (bijvoorbeeld via e-learning) zorgt ervoor dat medewerkers alert blijven en incidenten sneller herkennen. Het gaat hierbij niet om een eenmalige cursus, maar om een continu proces.

     

    Voor organisaties

    Naast brede trainingen is het belangrijk dat organisaties ook intern voldoende expertise opbouwen. Een Privacy Officer of Functionaris Gegevensbescherming kan hierin een sleutelrol spelen. Deze professional:

    • Houdt toezicht op naleving van de AVG en NIS2.
    • Adviseert bij incidenten en datalekken.
    • Zorgt voor beleid en trainingen die aansluiten bij de praktijk.
    • Vormt de brug tussen bestuur, IT en medewerkers.

     

    Door te investeren in een goed opgeleide Privacy Officer of door gebruik te maken van externe expertise, borg je dat kennis actueel blijft en cybersecurity structureel onderdeel wordt van de organisatie.

     

    Digitale veiligheid vraagt om blijvende aandacht

    Digitale veiligheid is geen eenmalig project, maar een continu proces. Medewerkers die phishing herkennen, sterke wachtwoorden gebruiken, updates tijdig uitvoeren, veilig mobiel werken en incidenten durven te melden, maken aantoonbaar het verschil.

    Duurzame digitale weerbaarheid vraagt echter meer dan individuele alertheid. Het vraagt om gerichte investeringen in kennis, training en professioneel eigenaarschap. Alleen zo bouw je aan een organisatie die niet alleen vandaag, maar ook op de lange termijn bestand is tegen cyberdreigingen.

    ???? Wil je weten hoe jouw organisatie medewerkers én leidinggevenden kan trainen? Ontdek de Security Awareness trainingen en opleidingen Privacy Officer bij AVG-trainingen.

     

    Investeer vandaag nog in kennis en bewustwording – de eerste stap naar een veiligere organisatie!

  • Leiderschapskwaliteiten van de Privacy Officer: onmisbaar voor een succesvolle AVG-implementatie

    Leiderschapskwaliteiten van de Privacy Officer: onmisbaar voor een succesvolle AVG-implementatie

    De AVG vraagt van organisaties meer dan juridische compliance. Privacy Officers moeten beschikken over sterke leiderschapskwaliteiten om privacy duurzaam te verankeren in processen, gedrag en besluitvorming. Privacybeleid werkt pas echt als mensen het begrijpen, toepassen en er eigenaarschap voor nemen. Juist daar ligt de sleutelrol van de Privacy Officer.

     

    De Privacy Officer: meer dan een inhoudelijk expert

    De rol van de Privacy Officer is de afgelopen jaren sterk verbreed. Natuurlijk blijft kennis van wet- en regelgeving belangrijk, maar in de praktijk draait het vooral om invloed, samenwerking en gedragsverandering. Privacy Officers bewegen zich dagelijks tussen managers, medewerkers, privacy adviseurs, IT, HR, de FG en het bestuur.

    Dat vraagt om iemand die:

    • helder kan communiceren over privacyrisico’s;
    • belangen kan afwegen;
    • collega’s kan meenemen in keuzes;
    • en richting kan geven zonder formele hiërarchische macht.

     

    Samenwerken als kerncompetentie

    Privacy is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Managers zijn eindverantwoordelijk voor het naleven van de AVG binnen hun domein, maar zij worden daarbij ondersteund door verschillende rollen. In de eerste lijn helpen privacy adviseurs bij risicobeheersing en dagelijkse naleving. Op organisatieniveau coördineert en adviseert de Privacy Officer over beleid, kaders en prioriteiten.

    De Privacy Officer fungeert hierbij als verbinder:

    • hij zorgt dat beleid aansluit bij de praktijk;
    • hij vertaalt wetgeving naar werkbare afspraken;
    • en hij brengt de juiste mensen op het juiste moment bij elkaar.

    Zonder deze verbindende rol blijft privacy een losstaand onderwerp.

     

    Leidinggeven zonder formele macht

    Eén van de belangrijkste leiderschapskwaliteiten van de Privacy Officer is het vermogen om leiding te geven zonder hiërarchische positie. Privacy Officers moeten vaak:

    • managers overtuigen van noodzakelijke maatregelen;
    • medewerkers aanspreken op privacybewust gedrag;
    • en weerstand ombuigen naar begrip en samenwerking.

     

    Dit vraagt om situationeel communiceren: weten wanneer je moet sturen, wanneer je moet coachen en wanneer je moet ondersteunen. Niet iedere collega heeft hetzelfde kennisniveau of dezelfde motivatie. De Privacy Officer die hier flexibel mee omgaat, vergroot de effectiviteit van de AVG-implementatie.

     

    Privacy in de praktijk: van beleid naar gedrag

    Een goed voorbeeld is een manager die een talentschouw wil uitvoeren met behulp van data uit het personeelssysteem. De vraag is niet alleen óf dit mag, maar vooral hoe dit zorgvuldig gebeurt. Welke persoonsgegevens zijn noodzakelijk? Welke risico’s zijn er? En welke maatregelen zijn passend?

    Samen met de privacy adviseur worden deze vragen uitgewerkt. De Privacy Officer adviseert over toepassing van beleid en kaders en concludeert dat een DPIA nodig is. Tijdens het DPIA-proces bewaakt hij de privacyprincipes en zorgt hij voor afstemming met de FG.

    Dit laat zien dat privacybescherming geen papieren exercitie is, maar een continu proces waarin leiderschap centraal staat.

     

    Bewustwording creëren

    Een belangrijke taak van de Privacy Officer is het creëren van privacybewustzijn. Dat gaat verder dan het opstellen van protocollen en handreikingen. Het vraagt om:

    • zichtbaarheid in de organisatie;
    • het voeren van het juiste gesprek;
    • het bespreekbaar maken van dilemma’s;
    • en het stellen van meetbare doelen.

     

    Door consistent en duidelijk op te treden, helpt de Privacy Officer medewerkers om privacy niet als last te zien, maar als onderdeel van professioneel handelen.

     

    Waarom situationeel communiceren belangrijk is voor Privacy Officers

    Omdat Privacy Officers in een complex krachtenveld van belangen, verantwoordelijkheden en niveaus van volwassenheid werken, is situationeel communiceren een heel belangrijke vaardigheid. De opleiding Situationeel communiceren voor privacy en security professionals sluit hier perfect op aan.

    Deze opleiding helpt Privacy Officers om:

    • hun communicatiestijl af te stemmen op verschillende situaties;
    • effectiever te communiceren over privacy en AVG-verplichtingen;
    • weerstand te herkennen en constructief te begeleiden;
    • en collega’s eigenaarschap te laten nemen voor privacybescherming.

     

    Daarmee versterkt de opleiding niet alleen de persoonlijke effectiviteit van de Privacy Officer, maar ook de structurele borging van privacy binnen de organisatie.

     

  • Security, AI- en privacy awareness: waarom gemeenten en andere overheidsorganisaties nú structureel moeten investeren

    Security, AI- en privacy awareness: waarom gemeenten en andere overheidsorganisaties nú structureel moeten investeren

    Datalekken, cyberincidenten en onzorgvuldig gebruik van AI worden vaak gezien als technische problemen. Echter laat de praktijk iets anders zien: de grootste risico’s zitten in menselijk handelen. Zeker bij organisaties die met grote hoeveelheden gevoelige persoonsgegevens werken, zoals gemeenten, zorginstellingen en uitvoeringsorganisaties.

    Structurele Security, AI- en privacy awareness e-learning is daarom geen nice-to-have meer, maar een basisvoorwaarde voor digitale weerbaarheid en vertrouwen.

     

    Interne datalekken: het blinde vlek-probleem

    Uit recent onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens blijkt dat datalekken door misbruik van persoonsgegevens bij gemeenten vaak onder de radar blijven. Het gaat hierbij niet om hackers van buitenaf, maar om eigen medewerkers die:

    • onder druk of tegen betaling gegevens delen met criminelen;
    • vanwege een familieconflict informatie opzoeken in gemeentelijke systemen;
    • uit nieuwsgierigheid gegevens van een BN’er bekijken.

    Jaarlijks ontvangt de AP slechts van ongeveer 10 tot 20 gemeenten een melding van dit type datalek. De verwachting is dat het werkelijke aantal incidenten aanzienlijk hoger ligt. Veel misbruik blijft onopgemerkt of wordt niet herkend als datalek en wordt daarom niet gemeld.

    Dat is zorgelijk, want de gevolgen van die datalekken kunnen groot zijn. Privacyschendingen kunnen leiden tot intimidatie, afpersing of zelfs ernstige veiligheidsrisico’s. In extreme gevallen zijn incidenten gelinkt aan zware criminaliteit.

     

    Waarom zijn deze privacyschendingen juist een awareness-probleem?

    Wat in deze casussen naar voren komt, is dat medewerkers meestal te goeder trouw handelen, maar dat het soms ontbreekt aan duidelijkheid en bewustzijn:

    • het is niet altijd helder wat precies als een datalek wordt aangemerkt;
    • integriteitsschendingen worden niet altijd herkend als privacy-incident;
    • er bestaat onzekerheid over wanneer melden verplicht is;
    • de impact van ogenschijnlijk kleine handelingen, zoals “even kijken” of “even helpen”, wordt vaak onderschat.

    Dat maakt dit bij uitstek een awareness-vraagstuk. Technische maatregelen zijn belangrijk, maar zonder kennis, bewustzijn en herhaling blijven risico’s bestaan.

     

    Security, AI en privacy komen samen op de werkvloer

    De complexiteit neemt verder toe door de inzet van AI en datagedreven werken:

    • AI-systemen hebben vaak toegang tot grote datasets;
    • fouten of bias in AI kunnen directe gevolgen hebben voor inwoners of klanten;
    • zwakke security maakt misbruik van data en AI eenvoudiger;
    • medewerkers gebruiken steeds vaker AI-tools zonder de risico’s volledig te overzien.

    In de dagelijkse praktijk lopen security, AI en privacy volledig door elkaar. Daarom werkt het niet meer om deze thema’s los te trainen.

     

    De rol van Privacy Officer en FG: van controle naar preventie

    De Privacy Officer en de Functionaris Gegevensbescherming (FG) staan steeds vaker voor dezelfde uitdaging: hoe voorkom je incidenten in plaats van ze achteraf te moeten managen?

    Structurele security, AI- en privacy awareness e-learning helpt hen om:

    • bewustwording organisatiebreed te borgen;
    • integriteitsschendingen eerder te signaleren;
    • meldbereidheid te vergroten;
    • bestuur en management aantoonbaar invulling te laten geven aan hun verantwoordelijkheid.

    Awareness maakt toezicht effectiever en voorkomt dat de FG alleen in actie komt als het al mis is gegaan.

     

    Awareness is geen startpunt, maar een doorlopend proces

    Veel organisaties vertrouwen nog op:

    • een verplichte training bij indiensttreding;
    • losse modules zonder samenhang;
    • verouderde content die niet aansluit op actuele risico’s.

    Maar risico’s veranderen continu. Wetgeving, dreigingen en technologie ontwikkelen zich sneller dan ooit. Structurele awareness betekent:

    • elk jaar een actuele training voor álle medewerkers;
    • actuele voorbeelden en realistische scenario’s;
    • herhaling, zodat kennis blijft hangen;
    • aandacht voor gedrag, niet alleen voor regels.

     

    Alles in één Security, AI- en privacy awareness e-learning

    Steeds meer organisaties kiezen daarom voor één geïntegreerde e-learning:

    • Security awareness: phishing herkennen, veilig omgaan met systemen en informatie;
    • AI – awareness: verantwoord gebruik van AI en inzicht in risico’s;
    • Privacy awareness: juiste toepassing van de AVG in de praktijk.

    Deze integrale aanpak sluit aan bij hoe risico’s zich in de praktijk voordoen op de werkvloer.

     

    Scherpe actie voor structurele investering in awareness

    Voor organisaties die structureel willen investeren in Security, AI- en privacy awareness, is er nu een scherpe actie van AVG-trainingen:

    • alle belangrijke thema’s in één e-learning;
    • jaarlijks geactualiseerde inhoud;
    • geschikt voor de hele organisatie, niet alleen nieuwe medewerkers;
    • ondersteuning bij het bouwen van een duurzame awareness-cultuur.

     

  • AI-Act en compliance: waarom is structurele AI-awareness onmisbaar?

    AI-Act en compliance: waarom is structurele AI-awareness onmisbaar?

    AI is in korte tijd een vast onderdeel geworden van de dagelijkse praktijk. Medewerkers gebruiken AI-toepassingen voor analyses, het schrijven van teksten, ondersteuning bij beslissingen en het versnellen van processen. Vaak gebeurt dat laagdrempelig en goedbedoeld, maar niet altijd bewust. En precies daar ontstaat het risico.

    Waar AI wordt ingezet, ontstaan nieuwe verantwoordelijkheden. Niet alleen op technisch gebied, maar ook juridisch, organisatorisch en ethisch. Organisaties die AI verantwoord willen gebruiken, kunnen niet langer volstaan met losse afspraken of incidentele instructies. Structurele AI-awareness is noodzakelijk om risico’s beheersbaar te houden en compliant te blijven.

     

    De AI-Act: duidelijke regels en grotere verantwoordelijkheid

    De AI-Act introduceert een juridisch kader voor het gebruik van AI binnen organisaties. Het doel is helder: innovatie mogelijk maken, terwijl risico’s voor mensen, organisaties en samenleving worden beperkt. Wat in de praktijk vaak wordt onderschat, is dat deze wetgeving directe gevolgen heeft voor de manier waarop AI wordt ingezet binnen bestaande processen.

    Veel organisaties zijn zich er niet van bewust dat zij door kleine aanpassingen aan AI-systemen of door een andere toepassing van bestaande tools, ineens extra verantwoordelijkheden krijgen. In sommige gevallen wordt een organisatie zelfs aangemerkt als aanbieder van een AI-systeem, met alle verplichtingen van dien. Zonder structurele AI-awareness blijven deze risico’s vaak onzichtbaar.

     

    Risicocategorieën: niet elke AI-toepassing is gelijk

    De AI-Act maakt onderscheid tussen verschillende risiconiveaus. Afhankelijk van het doel en de impact van een AI-toepassing gelden andere eisen:

    • Verboden toepassingen
      AI die manipulatief is of leidt tot sociale scoring is niet toegestaan.
    • Hoog risico-systemen
      AI die invloed heeft op fundamentele rechten, zoals toepassingen in HR, kredietbeoordeling of juridische besluitvorming. Hiervoor gelden strenge eisen aan toezicht, documentatie en risicobeheersing.
    • Beperkt risico
      Systemen zoals chatbots, waarbij transparantie richting gebruikers verplicht is.
    • Minimaal risico
      AI-toepassingen met weinig impact, zoals spamfilters, waarvoor nauwelijks aanvullende verplichtingen gelden.

     

    Zonder voldoende kennis bij medewerkers en management is het lastig om correct te bepalen in welke categorie een toepassing valt. Juist daarom is structurele AI-awareness essentieel: het voorkomt dat AI onbedoeld verkeerd wordt ingezet.

     

    Privacyrisico’s in AI-systemen: een onderschat aandachtspunt

    AI en privacy zijn nauw met elkaar verweven. Veel AI-toepassingen verwerken persoonsgegevens, soms expliciet, maar vaak ook impliciet. Denk aan ingevoerde prompts, trainingsdata, gegenereerde output of opgeslagen logbestanden.

    Veelvoorkomende privacyrisico’s bij AI zijn onder andere:

    • het delen van vertrouwelijke of persoonsgegevens met externe AI-tools;
    • onduidelijkheid over wat er met ingevoerde data gebeurt;
    • bias en discriminatie door onvolledige of scheve datasets;
    • hergebruik van data zonder duidelijke grondslag.

     

    Zonder duidelijke richtlijnen en blijvende bewustwording bij medewerkers ontstaan privacy-incidenten vaak niet door kwaadwillendheid, maar door onwetendheid. Structurele AI-awareness helpt om deze risico’s tijdig te herkennen en te beperken.

     

    AI is geen traditionele software

    Een belangrijk misverstand is dat AI te vergelijken is met reguliere software. Bij traditionele systemen kun je fouten vaak herstellen met een update of aanpassing. AI werkt anders. Kleine wijzigingen in data, instellingen of gebruik kunnen grote en soms onvoorspelbare gevolgen hebben.

    Zodra een organisatie een bestaand AI-model aanpast of inzet buiten de oorspronkelijke context, verschuift de verantwoordelijkheid. De organisatie wordt mede verantwoordelijk voor de uitkomsten, inclusief eventuele fouten of schade. Dat vraagt om continue monitoring, duidelijke afspraken en goed geïnformeerde gebruikers.

     

    De Privacy Officer als regisseur van AI-awareness

    In dit complexe speelveld speelt de Privacy Officer (PO) een steeds belangrijkere rol.

    De Privacy Officer draagt bij aan:

    • het identificeren van AI- en privacyrisico’s;
    • het vertalen van wetgeving naar begrijpelijke richtlijnen;
    • het borgen van eigenaarschap en verantwoordelijkheden;
    • het stimuleren van structurele security- en AI-awareness.

     

    Daarbij is het belangrijk dat awareness geen eenmalige actie is. AI-toepassingen, wetgeving en risico’s ontwikkelen zich continu. Zonder doorlopende training, herhaling en actualisatie verdwijnt kennis snel naar de achtergrond.

    Structurele AI-awareness als basis voor compliance

    De AI-Act laat zien dat verantwoord AI-gebruik niet kan bestaan zonder bewuste medewerkers. Beleid en techniek zijn belangrijk, maar het is pas effectief als mensen begrijpen wat er van hen wordt verwacht.

    Structurele AI-awareness betekent:

    • regelmatig aandacht voor AI-risico’s en regelgeving;
    • praktische handvatten voor dagelijks gebruik;
    • inzicht in privacy, bias en dataveiligheid;
    • een organisatiebrede verantwoordelijkheid voor verantwoord AI-gebruik.

     

    Organisaties die hier nu in investeren, verkleinen niet alleen juridische risico’s, maar bouwen ook aan vertrouwen, kwaliteit en toekomstbestendigheid.

  • 5 tips om datalekken binnen je organisatie eenvoudig te voorkomen

    5 tips om datalekken binnen je organisatie eenvoudig te voorkomen

    Onze Privacy Experts analyseerden honderden datalekmeldingen bij uiteenlopende organisaties. Deze inzichten zijn niet wetenschappelijk onderbouwd, maar gebaseerd op concrete casussen en jarenlange praktijkervaring.

    De conclusie is helder: de meeste datalekken ontstaan door menselijke fouten en niet door falende IT-systemen. Effectieve databeveiliging hoeft daarom niet complex of kostbaar te zijn. Succes zit vooral in bewustwording, structurele aandacht en duidelijke afspraken.

    In deze blog delen wij vijf praktische tips om datalekken binnen jullie organisatie eenvoudig te voorkomen.

     

    Tip 1: Voer een goed wachtwoordbeleid in

    Een sterk wachtwoordbeleid is één van de effectiefste manieren om datalekken te voorkomen. Zorg ervoor dat medewerkers precies weten wat er van hen wordt verwacht.

    Denk hierbij aan:

    • Gebruik nooit twee keer hetzelfde wachtwoord.
    • Formuleer minimale eisen voor de complexiteit: lengte, type tekens, variatie.
    • Verbied het noteren van wachtwoorden op post-its of notitieblaadjes.
    • Laat wachtwoorden opslaan in een beveiligde digitale omgeving (password manager).
    • Stop accounts direct wanneer een medewerker vertrekt.

     

    Voorbeeld uit de praktijk:
    Een medewerker gebruikt hetzelfde wachtwoord voor meerdere systemen. Een extern platform waarmee hij werkt wordt gehackt, waarna cybercriminelen met datzelfde wachtwoord toegang krijgen tot interne mailboxen. Een goed wachtwoordbeleid had dit volledig kunnen voorkomen.

    Tip 2: Maak gebruik van antivirus- én back-upsysteem

    Een datalek door malware of ransomware komt vaker voor dan je denkt. De oplossing hoeft niet ingewikkeld te zijn.

    Investeer in:

    • Een betrouwbaar antivirusprogramma op alle devices.
    • Een back-upsysteem dat minstens dagelijks een back-up maakt.
    • Opslag van back-ups op een externe, veilige locatie (of externe cloudomgeving).

    Daarnaast is het belangrijk om medewerkers te informeren over het nut hiervan. Het beste beveiligingssysteem werkt niet goed als medewerkers waarschuwingen negeren of updates uitzetten.

    Praktijkvoorbeeld:
    Een medewerker opent een bijlage die er betrouwbaar uitziet, maar malware bevat. Dankzij antivirussoftware wordt het bestand direct geblokkeerd. Zonder deze software was dit waarschijnlijk een datalek geweest.

     

    Tip 3: Houd privé en zakelijk strikt gescheiden

    Datalekken ontstaan vaak doordat medewerkers privégebruik en werk door elkaar halen.

    Maak duidelijke afspraken over:

    • geen privé-apps installeren op zakelijke apparaten.
    • geen werkbestanden opslaan op privécomputers of telefoons.
    • het gebruik van veilige apps, goedgekeurde tools en officiële software.
    • het niet delen van bestanden via privé-mailadressen of WhatsApp.

     

    Waarom is dit belangrijk?
    Privéapparaten zijn meestal minder goed beveiligd. Denk aan onbeveiligde apps, verouderde software of kinderen die op de tablet spelen. Elk daarvan kan onbedoeld toegang geven tot zakelijke gegevens.

     

    Tip 4: Schermbeveiliging instellen & Clean Desk-beleid

    Een onbeveiligd beeldscherm of een werkplek met achtergelaten documenten is een veelvoorkomend en eenvoudig te voorkomen voorbeeld van een datalek.

    Leg vast dat:

    • schermbeveiliging automatisch inschakelt na maximaal 1 minuut inactiviteit.
    • medewerkers hun laptop altijd vergrendelen wanneer ze even weggaan.
    • alle werkplekken aan het einde van de dag “clean” zijn: geen dossiers, USB-sticks, notities of persoonsgegevens blijven liggen.

     

    Praktijkvoorbeeld:
    Een bezoeker ziet onderweg naar een afspraak een open laptop in een vergaderruimte waarop cliëntgegevens zichtbaar zijn. Dit is officieel een datalek, ook al maakte de bezoeker er geen foto van. Een automatische schermbeveiliging had dit voorkomen.

     

    Tip 5: Voorkom fouten in e-mail door controle en checklists

    E-mail is nog steeds oorzaak nummer één van alle datalekken. Eén verkeerde klik en persoonsgegevens worden verstuurd naar de verkeerde ontvanger.

    Zorg daarom voor:

    • een checklist die medewerkers vóór verzending doorlopen.
    • automatische waarschuwingen bij externe ontvangers.
    • functies zoals “vertraagd verzenden”, waardoor fouten gegund worden.
    • duidelijke regels over welke gegevens wel of niet per e-mail mogen.

     

    Voorbeeld:
    Een medewerker selecteert per ongeluk een groep ex-cliënten als cc in plaats van bcc. Met een eenvoudige e-mailchecklist had die fout waarschijnlijk niet plaatsgevonden.

     

    Meer weten?

    Wil je weten hoe wij organisaties helpen om datalekken te voorkomen en medewerkers privacybewust te maken?  Neem vrijblijvend contact met ons op.

  • Het belang van privacy awareness bij leidinggevenden in het MKB

    Het belang van privacy awareness bij leidinggevenden in het MKB

    Elk jaar ontstaan er in Nederland talloze datalekken bij organisaties in het midden- en kleinbedrijf (mkb). Uit het Cybersecuritybeeld Nederland 2025 blijkt dat privacy awareness in veel organisaties nog onvoldoende ontwikkeld is en dat basismaatregelen regelmatig ontbreken. Digitale weerbaarheid is allang geen exclusief domein meer van IT-specialisten, juist bestuurders en leidinggevenden hebben een belangrijke verantwoordelijkheid in het realiseren van een veilige digitale bedrijfsvoering. Terwijl cyberdreigingen blijven toenemen, blijkt in de praktijk dat de meest riskante dreiging vaak van binnen de organisatie komt: de menselijke factor.

    Juist daarom is het voor mkb-organisaties essentieel om te investeren in privacy awareness van zowel leidinggevenden als medewerkers. Niet alleen om de kans op datalekken te verkleinen, maar ook om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen uit de AVG/ NIS2 én de continuïteit van de organisatie te beschermen.

     

    Privacy awareness bij leidinggevenden in het MKB

    In een organisatie kunnen datalekken overal ontstaan: in de administratie, bij HR, op de werkvloer, in verkoopprocessen of zelfs in de communicatie met klanten. Dat maakt dataprotectie en privacy tot een organisatiebrede uitdaging. De juiste sturing vanuit directie en management is daarbij onmisbaar.

    Het creëren van privacy awareness begint namelijk niet bij de medewerkers, maar bij de leidinggevenden. Zij bepalen de koers, cultuur en prioriteiten. Een organisatie kan allerlei informatiebeveiligingssystemen aanschaffen, maar wanneer de toegang tot systemen verkeerd wordt toegekend, documenten onbeveiligd worden gedeeld of beveiligingsprocedures niet worden opgevolgd, blijft de grootste kwetsbaarheid bestaan: de mens en het werkproces.

    Leidinggevenden hoeven geen cybersecurity-experts te zijn. Wel moeten zij kunnen signaleren, stimuleren en sturen op privacybewust gedrag. Een leidinggevende die zich bewust is van risico’s én dit bewustzijn uitdraagt, vergroot de weerbaarheid van het hele team.

     

    Adviserende en toezichthoudende rol van leidinggevenden in het MKB

    Leidinggevenden in het mkb hebben een belangrijke rol in de naleving van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Die rol wordt steeds belangrijker nu datalekken sneller ontstaan en cybercriminelen zich voortdurend aanpassen.

    Op papier kan een organisatie volledig AVG-compliant lijken. Maar uiteindelijk gaat het erom of dat ook zichtbaar is op de werkvloer. Dat vraagt om aandacht voor praktische zaken zoals:

    • Wie heeft toegang tot welke data?
    • Werken medewerkers volgens het privacybeleid en procedures?
    • Durven medewerkers datalekken daadwerkelijk te melden?
    • Zijn medewerkers in staat phishingsmails te herkennen?
    • Weten medewerkers wanneer er sprake is van een datalek?
    • Worden verzoeken van betrokkenen correct en tijdig afgehandeld?

    Zonder toezicht, sturing en voorbeeldgedrag blijven regels slechts regels. Met actief leiderschap wordt privacy onderdeel van het dagelijks werk.

     

    AVG-training voor leidinggevenden in het MKB

    Leidinggevenden dragen verantwoordelijkheid voor:

    • toezicht op dataprotectie en privacy binnen de eigen afdeling;
    • het stimuleren van privacy awareness bij medewerkers;
    • voorbeeldgedrag in veilig werken;
    • risicomanagement rondom persoonsgegevens;
    • het borgen van privacyprocessen in de dagelijkse praktijk.

     

    Echter zonder de juiste kennis en vaardigheden is het moeilijk om deze rol goed in te vullen. Onzekerheid over verantwoordelijkheden, gebrek aan kennis over datalekken of onvoldoende inzicht in risico’s kan leiden tot fouten met grote gevolgen.

    Om leidinggevenden hierin te ondersteunen, heeft AVG-trainingen een praktische, direct toepasbare Masterclass ‘AVG op hoofdlijnen’ ontwikkeld, specifiek voor leidinggevenden in het mkb.

    In deze masterclass worden leidinggevenden uitgerust met:

    • de basis van de AVG vanuit hun verantwoordelijkheden;
    • inzicht in risico’s en veelvoorkomende datalekken;
    • handvatten om privacy awareness binnen hun team te vergroten;
    • concrete tools om dataprotectie aantoonbaar te borgen;
    • praktische oefeningen uit de dagelijkse werkpraktijk.

    Een belangrijk doel is het vergroten van het privacybewustzijn van leidinggevenden zelf, omdat zij uiteindelijk degene zijn die hun medewerkers moeten sturen, ondersteunen en beschermen tegen privacy- en beveiligingsrisico’s.